• Onderwijstoptalentprijs Home 01
  • Onderwijstoptalentprijs Home 02
  • Onderwijstoptalentprijs Home 03

Update i.v.m. coronacrisis

de OnderwijsTopTalentPrijs  WORDT doorgeschoven naar 2021. 

Het is door de coronacrisis onmogelijk dit jaar de prijs op een goede manier te organiseren. De volgende uitreiking is dan begin oktober 2021 in Amersfoort, Nationale Onderwijsstad. Vragen: kees@nationaleonderwijsweek.nl 

 

Debbie van Noorloos, Hogeschool Inholland, Pabo Dordrecht

Het afstudeeronderzoek van Debbie is gericht op faalangst in het basisonderwijs. Het doel van haar onderzoek is de deskundigheid van de leerkrachten van OBS Roald Dahl te vergroten en hen verder te bekwamen met betrekking tot de signalering en begeleiding van faalangstige leerlingen om zo tegemoet te komen aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling. Gedurende dit onderzoek is er een handelingsplan opgesteld met betrekking tot de signalering en begeleiding van faalangstige leerlingen.  

Silvie Hermans, Windesheim Flevoland, Pabo Almere

Silvie heeft stagegelopen op een openbare Jenaplanschool en is op schoolbezoeken geweest bij Forest Schools in Canada. In beide praktijksituaties zijn er ervaringen opgedaan met betrekking tot het pedagogisch klimaat. Deze ervaringen wekten haar nieuwsgierigheid en leverden de vraag op: ‘Wat zijn de belevingen en ervaringen van kinderen en stamgroepleiders van de school op het gebied van het pedagogische klimaat in de stamgroep, nadat zij een interventie van 4 tot 6 weken hebben meegemaakt van buitenonderwijs?’

De resultaten zijn besproken met de kinderen. Tevens is met de kinderen besproken hoe zij het buitenonderwijs hebben ervaren. De onderzoekster heeft de stamgroepleiders geïnterviewd met betrekking tot hun ervaringen rondom de veranderingen in het pedagogisch klimaat.

Arianda van Giessen, Fontys Hogeschool Kind&Educatie, Den Bosch

Op de onderzoeksschool van Arianda wordt er in de groepen 1-2-3 veel gewerkt met bewegend-spelend leren. De manier van lesgeven is in ontwikkeling en de wens is ontstaan om hierbij ook het schoolplein te gaan betrekken. Hieruit is de volgende onderzoeksvraag ontstaan: Welke veranderingen zou de onderzoeksschool kunnen toevoegen aan het schoolplein van de onderbouw, opdat de leerlingen van groep 1-2 en 3 op het gebied van beginnende geletterdheid en spelling worden aangezet met behulp van bewegend en spelend leren? Deze vraag heeft zij middels observaties, een vragenlijst en groepsinterview in kaart gebracht en vervolgens een conclusie en aanbeveling geschreven.

Femke Winsemius, NHL Stenden Hogeschool, Pabo Assen

Femke onderzocht in dit project in hoeverre spelletjes kunnen bijdragen aan het verbeteren van getalbegrip van leerlingen uit groep 3. In het project laat zij zien welke drie stappen leerkrachten kunnen nemen. Ten eerste kunnen leerkrachten toetsen welke vaardigheden verbeterd kunnen worden. Hierbij zijn zowel het afnemen van een getalbegripstoets als observaties van belang. Aan de hand van de resultaten bepaalt de leerkracht vervolgens op welke deelgebieden hij zich richt en tot slot kiest de leerkracht de meest toepasselijke getalbegripsspellen. Bij het uitproberen van deze methode zag ik in een termijn van vier weken met name dat leerlingen betere telstrategieën gingen gebruiken. Een extra resultaat was dat het plezier in het rekenen toenam, ook bij kinderen die rekenen moeilijk vonden.

Niels Wagemakers, Avans Hogeschool Breda

Uit gesprekken van Niels met personeel en leerlingen van zijn stageschool is gebleken dat zich een probleem voordoet binnen het coöperatief leren. Leerlingen komen niet tot een goede samenwerking en leerkrachten weten niet hoe zij dit probleem kunnen verhelpen. Hiervoor heeft de leerkracht enkele didactische vaardigheden nodig. In dit onderzoek zal gekeken worden hoe deze vaardigheden van onderzoeker naar leerkracht overgebracht kunnen worden. Vandaar dat de onderzoekvraag luidt: In welke mate heeft het voordoen van modelen en scaffolding invloed op het gedrag van de leerkracht van groep 6A van de school om daarmee de positieve wederzijdse afhankelijkheid binnen het coöperatief leren te stimuleren? Vanuit deze onderzoeksvraag is een interventie ontwikkeld. Binnen deze interventie zal de onderzoeker al modelend met behulp van voorbeeldlessen zijn didactische vaardigheden binnen het coöperatief leren overdragen naar de leerkracht.

Marilise van Wijngaarden, Christelijke Hogeschool Ede

Marilise heeft voor programmeren in de groepen 5 t/m 8 met de Micro:bit een methode ontwikkeld geïntegreerd met aardrijkskunde: ‘Micro:bit reis door ons zonnestelsel’. De methode bestaat uit een methodeboek voor leerlingen, 22 instructiekaarten en een handleiding voor de leerkracht. De leerlingen lezen per planeet hoe de reis van Micro:bit verloopt en voeren de instructies van de bijbehorende twee instructiekaarten uit. De instructiekaarten kennen twee niveaus: basisinstructiekaart en sterrenstof (voor meer uitdaging). Door alle verhalen te lezen en de instructiekaarten uit te voeren maken de leerlingen zich de basisbeginselen van programmeren eigen.

Dieuwke Verkerk, VU Amsterdam en Windesheim Zwolle (univ. Pabo)

Als onderdeel van het project ‘Thuis in school’ is in focusgroepen met pabostudenten en –docenten en focusgroepen met ouders gekeken naar hoe pabostudenten worden voorbereid op samenwerken met ouders in school en waar zij behoefte aan hebben. Uit het onderzoek blijkt dat studenten zichzelf als onbekwaam zien in de samenwerking met ouders: zij krijgen onvoldoende theoretische kennis over deze samenwerking en hebben vaak weinig mogelijkheden om in de praktijk te oefenen. Het onderzoek resulteerde in concrete adviezen voor de curriculumveranderingen op de pabo om studenten beter voor te bereiden op samenwerken met ouders.

Marc Schlösser, HAN Fac, Educatie, Pabo Nijmegen

Gedurende vijf weken hebben kinderen uit een Jenaplan bovenbouwgroep vanuit eigen leervragen gewerkt aan het snoepjesproject ‘Ondernemen’. In elf activiteiten werkten ze aan 21e eeuwse vaardigheden zoals ondernemen, creëren en samenwerken. Innovatieve vormen als individuele en klassikale mindmaps en een digitale muurkrant werden ingezet om het leren zichtbaar te maken voor de leerlingen en de ouders. Passend bij Jenaplan werden de opbrengsten gedeeld tijdens een viering. Naast enorme betrokkenheid en enthousiasme zagen we hoe kinderen uitgedaagd werden om samen te werken aan creatieve oplossingen bij het maken van gezonde snoepjes, een spraakmakende verpakking en ludieke reclame toneelstukken.

Corine Otte, Hogeschool van Amsterdam, Pabo

Uit onderzoek* is gebleken dat er wereldwijd patronen van gendervooroordelen te zien in de aanwezige beeld- en lesmaterialen in de klas. Dit heeft gevolgen voor de denkbeelden van opgroeiende kinderen over vrouwen en mannen, en welke kansen ze (verwachten te) hebben in de samenleving. Door genderbewust onderwijs na te streven kunnen meisjes en jongens zich maximaal ontwikkelen, los van de heersende stereotypen. Mijn onderzoek was gericht op welke wijze genderbewust onderwijs vorm krijgt in de voorbereide omgeving op een montessorischool. Het belangrijkste dat uit mijn onderzoek naar voren kwam was dat er binnen de montessoribenadering onvoldoende aandacht voor gendervraagstukken is, en dat de mate van kennis over gender de keuzes voor beeld- & methodemateriaal in de klas beïnvloeden. Een aanbeveling bestond bijvoorbeeld uit adviezen hoe techniek meer een meisjes- en jongensding kan worden.

* ‘Education for All monitoring report 2015

Chantal Noppert, Hogeschool Inholland, Pabo Haarlem

Chantal heeft onderzocht hoe kleuterleerkrachten met hun leerlingen kunnen werken aan de ontwikkeling en het inzetten van de executieve functie volgehouden aandacht. Daarbij is gekeken naar volgehouden aandacht en zijn ontwikkeling als executieve functie bij leerlingen met ontwikkelingsproblematiek. Daarnaast heeft zij ook gekeken naar de visie van haar mijn twee stagescholen op executieve functie-ontwikkeling, het handelen van de kleuterleerkrachten, de volgehouden aandacht van de leerlingen en hoe het zichtbaar tonen van de tijd en andere zaken kunnen bijdragen aan de volgehouden aandacht van de leerlingen.

Tess Koelman, Hogeschool Inholland, Pabo Alkmaar

Uit het contextonderzoek van Tess bleek dat veel leerkrachten met hun huidige leerkrachthouding het creatief denken belemmeren. Daarom heeft zij ervoor gekozen om voor de leerkrachten een makkelijk hanteerbare handleiding te maken met afremmend en bevorderend leerkrachtengedrag in de vorm van een poster. Ook is er een kijkwijzer gemaakt, waarmee het leerkrachtengedrag in beeld gebracht kan worden. Leerkrachten kunnen elkaar hiermee observeren. Het is belangrijk dat leerkrachten zich bewust zijn van de creativiteitsbevorderende factoren die ze al veel toepassen in het huidige lesgeven en die ze nu bewust kunnen toepassen bij creatieve denklessen. Daarnaast komen er verschillende houdingsaspecten naar voren uit de context- en behoefteanalyse die bij alle leerkrachten meer gestimuleerd kunnen worden in het lesgeven.

Ankie Janssen, Iselinge Hogeschool, IJsselgroep, Doetinchem

Ankie heeft in haar afstudeeronderzoek centraal gesteld hoe haar stageschool het portfolio in de middenbouw kan inzetten om leerlingen in staat te stellen zelfstandig hun eigen leerproces en voortgang vast te leggen en erop te reflecteren. Aan de hand van zeven ontwerpeisen is een portfolio rekenen voor groep 5 ontworpen. Dit prototype is tijdens de test- en evaluatiefase kritisch onder de loep genomen door zowel leerkrachten als leerlingen. Met het aangescherpte portfolio, een bijbehorende gebruiksaanwijzing en concrete aanbevelingen zijn de stageschool uiteindelijk gerichte handvatten gegeven om een vervolg te kunnen geven aan het implementatieproces van het portfolio.

Talitha Jacobs, Hogeschool Inholland, Pabo Den Haag

Talitha heeft op basis van resultaten uit theoretisch onderzoek (met name binnen het gebied beeldonderwijs) en onderzoek in de praktijk (observaties, focusgroep, interviews) een handboek creatieve werkvormen ontwikkeld voor leerkrachten. Daarin zit onder andere een kieswijzer en suggesties voor werkvormen en lesactiviteiten. Daarnaast biedt het handboek korte en bondige informatie over de ontwikkeling van het creatief denken en handelen in het basisonderwijs. Het doel daarbij was om binnen het bestaande onderwijsprogramma meer aandacht te besteden aan de ontwikkeling van creatieve vaardigheden, zonder dat dit tijdrovend wordt.

Seda van Faassen, HAN Fac. Educatie, Pabo Arnhem

Seda heeft binnen haar project /j/ /oe/ /f/ een checklist ontwikkeld waar leerkrachten hun lesaanbod voor aanvankelijk lezen langs kunnen leggen. Met deze hanteerbare checklist met bijbehorende invulwijzer kan elke leerkracht zijn lesaanbod aanvankelijk lezen controleren aan de hand van relevante en recente literatuur. De checklist heeft 23 didactische aandachtspunten, waarbij er rekening is gehouden met de specificatie nieuwkomersleerlingen. In project /j/ /oe/ /f/ is onderzocht of het lesaanbod voor aanvankelijk lezen van de stageschool (voor NT2-leerlingen onderbouw) voldoet aan de didactische aandachtspunten. In de praktijk blijkt de ontwikkelde checklist ook toepasbaar te zijn buiten het nieuwkomersonderwijs.

Marly van den Boogaard, Hogeschool De Kempel, Helmond

Marly heeft een project opgezet dat bestaat uit het stimuleren van de rollenspelontwikkeling bij de kleuters op het SBO. De handleiding is vormgegeven in een website, de sleutel voor leerkrachten naar spelende, ontwikkelende jonge kinderen (in het SBO). De kracht en vernieuwing van het project zit vooral in het vertrouwen (in het kunnen) van de kinderen, het loslaten van de diagnoses en het samen doen met de kinderen. Ook een meespelende leerkracht is belangrijk, maar dan écht in de rol als speelmaatje. In de handleiding (te vinden op: www.receptspelbegeleidingsbo.weebly.com)is het thema ‘restaurant’ uitgewerkt waarin de spelbegeleiding vooraf, tijdens en na afloop van het spel zichtbaar is. Het filmmateriaal op de website maakt inzichtelijk, wat lastig van papier te begrijpen is, zoals meespelen.

Djura Bloemsma, NHL Stenden Hogeschool, Pabo Leeuwarden

Djura heeft onderzoek gedaan naar hoe er met kinderen gesproken kan worden over de dood. Uit het onderzoek is gebleken dat kinderen baat hebben bij duidelijkheid. Daarnaast heeft ze onderzocht hoe in de huidige prentenboeken de dood wordt beschreven en afgebeeld. Ze heeft zelf een prentenboek voor kinderen (3-6 jaar) ontworpen dat de dood duidelijk beschrijft en verbeeld en dat aanleiding geeft tot gesprek over dit onderwerp.